01 augustus, 2016

Ransuil

Je bent echt bevoorrecht als je een Ransuil in je tuin hebt. Zeker in de wintermaanden is het mogelijk als er voldoende schuilgelegenheid is om ze dan in behoorlijke aantallen bij zogenaamde roestplaatsen te zien. Ze houden van gezelligheid en vormen groepen in vooral dennen en sparren. Hun aanwezigheid maken ze kenbaar door hun uilenballen die je dan in flinke aantallen onder de slaapboom kan vinden. Als je deze uitpluist dan kan je zien wat voor prooi ze hebben gevangen. Vooral voor kinderen een hele interessante   bezigheid. De Ransuil is makkelijk te herkennen aan de pluimen boven op zijn kop. Met de pluimen geeft de Ransuil zijn gemoedstoestand aan. Bij onraad of gevaar zet de Ransuil zijn pluimen recht overeind. De gezicht van de Ransuil heeft de vorm van een oranjebruine hartvormige krans met oranje ogen. Opvallend is een witte x-tekening tussen de ogen. De bovendelen zijn roest geel en grijsbruin gestippeld, waarbij een iets donkere polsvlek zichtbaar is. De onderdelen zijn izabelkleurig met daartussen donkerbruine kruisvormige vlekken. De Ransuil is alleen 's nachts actief. De combinatie van bossen om te broeden en te roesten en open terrein met veel woelmuizen, bepaalt de keuze van de Ransuil voor dit gebied. Ze maken graag gebruik van oude nesten van Eksters en Kraaien. Als blijkt dat er weinig oude nesten aanwezig zijn, kan je door middel van een   gevlochten wilgen mat de Ransuil aan een broedgelegenheid helpen. De  Ransuil legt eind februari, begin maart 4 a 5 witte  ronde eieren. Het vrouwtje broedt alleen de eieren uit en doet daar 25 tot 32 dagen over. Na het broeden blijft het vrouwtje de jongen voeren met voedsel wat door het mannetje wordt aangevoerd.

Geen opmerkingen: