Vink Fringilla coelebs
De Vink is een veel voorkomende zangvogel uit de familie van de Vinkachtigen. Het is een kleine vogel met een kenmerkende zang en een gevarieerd verenkleed. Het mannetje heeft een roodbruine borst en een blauwgrijze kruin, rug en vleugels. De staart is zwart met witte randen. Het vrouwtje is minder opvallend gekleurd en heeft een lichtbruine bovenkant. De Vink voedt zich voornamelijk met zaden, zoals zonnebloempitten, noten en beukennoten. In de zomermaanden kunnen ook insecten en larven op het menu staan. De Vink heeft een sterke snavel die is aangepast om zaden te kraken. De Vink staat bekend om zijn melodieuze zang, die vooral in het voorjaar te horen is als het mannetje een partner probeert te lokken. De zang bestaat uit verschillende tonen die in een herkenbaar patroon worden gezongen. De zang van de Vink kan erg variëren, afhankelijk van de regio en individuele vogels. De Vink broedt in loofbossen en parken in heel Europa. Het nest is gemaakt van takjes, gras en mos en wordt gebouwd in bomen of struiken. Het vrouwtje legt 4 tot 5 eieren, die ze in ongeveer 2 weken uitbroedt. De jongen worden gevoed met insecten en verlaten het nest na ongeveer 2 weken. De Vink is overwegend een standvogel en trekt niet weg naar warmere gebieden in de winter. In plaats daarvan vormen ze vaak grote groepen en overwinteren ze in bossen en parken. De Vink is een sociale vogel die vaak in groepen wordt gezien, vooral buiten de broedtijd. Algemeen in de omgeving van de Poldervaart en het Prinses Beatrixpark.