26 april, 2026

Grijze Junco in Schiedam

Gisterenavond zag ik op waarneming.nl dat er niet
ver van de ijsvogelwand in de Beukenhof een Grijze Junco was gezien en gefotografeerd. De Grijze Junco (Junco hyemalis, oftewel Dark-eyed Junco) is in Nederland een zeer zeldzame dwaalgast uit Noord-Amerika. Hoe deze vogel hier terecht is gekomen, zal waarschijnlijk altijd een raadsel blijven. Mogelijk is hij meegelift op een schip — de haven van Schiedam ligt tenslotte niet ver weg!

Uiteraard kon ik zo’n zeldzaamheid in mijn eigen stad niet aan me voorbij laten gaan. Toen ik arriveerde, waren er al zeker zo’n 35 vogelaars actief in de woonwijk. Veel bewoners zullen wel even vreemd hebben opgekeken toen ze op zondagochtend de gordijnen opendeden: een straat vol vogelaars, tegenwoordig allemaal uitgerust met enorme telelenzen!

De Dark-eyed Junco – in het Nederlands vaak (enigszins letterlijk) “grijze junco” genoemd – is een kleine zangvogel uit de familie van de gorzen (Emberizidae). Hieronder vind je een overzicht van uiterlijk, gedrag en het voorkomen in Nederland.

Uiterlijk: kleine vogel (14–16 cm) met donkere kop/borst, lichte buik, witte staartveren en roze snavel; meerdere kleurvarianten.

Verspreiding: Noord-Amerika (Canada, VS, Alaska); broedt in bossen/bergen, overwintert zuidelijker in open gebieden.

Gedrag: zoekt voedsel op de grond, leeft vaak in groepjes, heeft een heldere zang en “tik”-roep.

Nederland: zeer zeldzame dwaalgast, vooral ’s winters gezien.

Oorzaak: afgedwaald tijdens trek of meegevoerd door stormen.




Grijze Junco   .    Dark-eyed Junco  ·  Junco hyemalis
Grijze Junco   .    Dark-eyed Junco  ·  Junco hyemalis
Grijze Junco   .    Dark-eyed Junco  ·  Junco hyemalis
Grijze Junco   .    Dark-eyed Junco  ·  Junco hyemalis
Grijze Junco   .    Dark-eyed Junco  ·  Junco hyemalis

23 april, 2026

Groenpootruiter

Bij de Ackendijkse Plassen in Oude Leede is een plas aan het droogvallen, wat veel steltlopers aantrekt. Ik zag onder andere zwarte ruiters, kemphanen, tureluurs, scholeksters, bosruiters en groenpootruiters. In de vooravond heb je daar het mooiste licht voor fotografie. Hoewel de afstand in de meeste gevallen vrij groot was, lukte het toch om een aantal mooie opnamen te maken van Groenpootruiters die wat dichterbij kwamen. Wat een mooie en elegante vogel is de Groenpootruiter.

De groenpootruiter leeft vooral in:

  • Moerassen, slikken en ondiepe plassen
  • Kustgebieden en rivierdelta’s
  • Tijdens de trek ook in polders en natte graslanden

Hij broedt voornamelijk in het noorden van Europa en Azië (taiga en toendra) en overwintert in Afrika, Zuid-Azië en delen van Zuid-Europa.

Gedrag en voeding:
  • Zoekt voedsel in ondiep water, vaak wadend
  • Eet vooral insecten, kleine visjes, kreeftachtigen en wormen
  • Beweegt actief en jaagt soms zelfs zwemmend achter prooi aan (vrij uniek voor steltlopers)
Trekgedrag:

De groenpootruiter is een trekvogel:

  • In Nederland zie je hem vooral tijdens de trek (voorjaar en najaar)
  • Hij legt grote afstanden af tussen broed- en overwinteringsgebieden
Voortplanting:
  • Broedt op de grond, vaak in open gebieden met lage vegetatie
  • Legt meestal 3–4 eieren
  • Beide ouders zorgen voor de jongen

18 april, 2026

Steltkluten Berkel en Rodenrijs

Gelukkig zijn ze er weer. De Steltkluten zijn mooi te zien bij Berkel en Rodenrijs - Nieuwe Droogmaking (Zuid-Holland). Soms verblijven ze ook in een plasje ten noorden van dit gebied. Vorige week zag ik er zelfs vijf tegelijk. Prachtige sierlijke vogels.

Komt voor in moerassen, lagunes, zoutpannen en ondiepe wateren. In Nederland zie je hem vooral in kustgebieden en soms in natte natuurgebieden. Oorspronkelijk meer een zuidelijke soort, maar hij wordt hier steeds vaker gezien. Zoekt voedsel in ondiep water: kleine insecten, larven, kreeftachtigen en wormen. Loopt rustig door het water en prikt met zijn snavel naar prooi. Broedt vaak in kolonies en kan fel zijn in het verdedigen van het nest.

08 april, 2026

Ooievaar bouwt nest

Vorige week zag ik voor het eerst een ooievaar die bezig was met het bouwen van een nest boven op een paal van de bovenleiding van de tram. Wat een bijzonder moment, en dat zo dicht bij mijn huis! Bij ooievaars begint meestal het mannetje met de nestbouw. Hij arriveert vaak als eerste op de broedplaats in het voorjaar en kiest een geschikte plek (bijvoorbeeld een paal, dak of boom). Daarna begint hij met het verzamelen van takken en het opbouwen van het nest. Wanneer het vrouwtje aankomt, beoordeelt zij het nest en helpt vervolgens mee om het verder af te werken en te versterken. Samen blijven ze het nest uitbreiden, soms jarenlang—ooievaarsnesten kunnen daardoor enorm groot worden. Ik blijf het volgen.