02 september, 2009

De Paardebijter

Natuur in onze omgeving 

Publicatie in  MAASSTAD weekbladen 09-2009

Men neemt aan dat de naamgeving komt van het feit
dat deze libel vlak langs dieren en mensen scheert om insecten te vangen en het lijkt alsof ze bijten. Bij paarden worden voornamelijk vliegen en dazen gevangen. Daar kan je als paard geen bezwaar tegen hebben. De Paardenbijter behoort tot de echte libellen en is nu volop te zien langs de Poldervaart. De vliegtijd is van midden juni tot begin november.  Nu zijn het nog onze eigen in Nederland geboren Paardenbijters, maar over een aantal weken worden deze aangevuld met trekkers uit Midden-Europa. De soortherkenning is, voor een leek zoals ik, niet eenvoudig. Ze lijken veel op de Venglazenmaker en op enkele onopvallende kenmerken na, bijna niet van deze glazenmaker te onderscheiden. Het makkelijkst is het kenmerk van de spijker boven op het borststuk.  Het vogelen in de zomer ligt nu op een laag pitje. Een mooi alternatief zijn de libellen en vlinders die nu volop actief zijn. Sinds kort ben ik in het bezit van een libellengids en een vlindergids. Er gaat echt een wereld voor je open als je kijkt wat er in onze omgeving allemaal is te zien. Gelukkig kan ik ze fotograferen en  thuis op naam brengen. Dat zou in het veld niet eenvoudig zijn. Zo ben ik er achter gekomen dat er naast de Paardenbijter ook libellen in onze omgeving voorkomen zoals de Houtpantserjuffer, de Watersnuffel, het Lantaarntje, de Vroege glazenmaker, de Bloedrode- , de Bruine- en de Steenrode heidelibel. Veel informatie is te vinden op het libellennet van de vlinderstichting  http://www.libellennet.nl/  Ik vind het heel erg leuk dat ik weer een nieuwe passie heb gevonden! Wellicht is het ook iets voor u.

02 augustus, 2009

De Woudaap superzeldzaam

Natuur in onze omgeving

Publicatie in  MAASSTAD weekbladen 08-2009

Apen in onze omgeving? Nee, natuurlijk niet. Woudapen
ook bijna niet, hoewel… je weet het nooit. Er is een plek in de omgeving van Rotterdam waar de Woudaap zich nog steeds kan handhaven. Superzeldzaam zijn ze en vrijwel niet meer te zien in Nederland. De Woudaap is een kleine reigerachtige niet veel groter dan een Tortelduif. In vlucht is hij opvallender dan in zit, vooral de lichte vleugelvlekken zijn kenmerkend. Vliegend doet hij mij aan een grote vlinder denken!   Het leefgebied bestaat uit moeras met dichte oude rietkragen die overgaan in ruigtes met wilgen en biezen. Hiervan heeft Nederland gelukkig nog genoeg te bieden. Waarom het Woudaapje in Nederland zo zeldzaam geworden is weten we niet. Ze overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara en moeten jaarlijks een flinke risicovolle trektocht ondernemen. Eind mei zijn ze weer terug waarna meteen de balts begint. Vaak klimt het mannetje (als een aapje!) naar de top van een bosje oud riet en laat een soort geblaf horen dat lijkt op een ver weg klinkende hond. Hiermee geeft hij aan; dit is mijn gebied en ik ben beschikbaar voor de vrouwtjes! Dit is de periode waarin de Woudaap het beste is te zien. Ook als er jongen zijn zie je regelmatig beide ouders heen en weer vliegen om de jongen te voeren. Normaal gesproken leiden ze een verborgen leven en is het echt een buitenkans er eentje te zien. Wereldwijd hebben ze een enorm verspreidingsgebied en komen voor in Australië, Azië, Europa en Afrika. Ik vind het heel bijzonder dat ze nog steeds in Nederland voorkomen en jaarlijks naar dat kleine stukje groen terugkeren in de omgeving van Rotterdam.

02 juli, 2009

De Spotvogel

Natuur in onze omgeving

Publicatie in  MAASSTAD weekbladen 07-2009

In de jaren zestig, toen het Prinses Beatrixpark in

Schiedam ongeveer 10 jaar bestond, was de biotoop heel geschikt voor Spotvogels. Als kind zochten we dikwijls naar vogelnestjes (trouwens een hele slechte gewoonte!) en vonden toen ook het nest van de Spotvogel. Bijna altijd verstopt in vlierstruiken. Het nestje was aan de binnenzijde mooi glad afgewerkt en bevatte 4 a 5 prachtig lichtpaarse  eitjes met zwarte stipjes. Ik denk dat Spotvogels toen veel algemener waren. Tegenwoordig mag je blij zijn als je er eentje aantreft in onze omgeving. Nog steeds vind je ze in parkachtige landschappen die voorzien zijn van verspreide groepjes bomen met een goede onderbegroeiing. Ook de rijk begroeide boerenerven in Middendelfland zijn een hele geschikte habitat. De zang van de Spotvogel vind ik persoonlijk behoren tot de mooiste van onze avifauna en is heel afwisselend, waarbij andere vogels (soms meer dan 30 soorten) geïmiteerd worden. Toch heeft ook de Spotvogel voor een deel een soorteigen zang waaraan je meteen de zang in herkend van de Spotvogel. Prachtig is het oranje aan de binnenzijde van de snavel te zien als de Spotvogel voluit aan het zingen is. Broeden doen ze in heel Europa tot in Centraal-Siberië behalve in Engeland en Ierland. Ze blijven maar heel kort van medio april tot september in ons land. Overwinteren doen ze in tropisch Afrika. Hiervoor trekken ze in een breed front over de Middellandse zee. Laten we hopen dat de Spotvogel zich in ons land kan blijven handhaven. Ik zou zijn zang in het voorjaar voor geen goud willen missen!

15 juni, 2009

De Grauwe Franjepoot

Op 18 september j.l. verscheen op www.waarneming.nl  de melding dat  in het gebied Vockestaert ten noorden van Schiedam een Grauwe Franjepoot was gesignaleerd. Regelmatig check ik deze site om na te gaan of er nog leuke waarnemingen zijn en nu was het zover. Een tikkeltje opgewonden pak ik mijn camera, telescoop en statief om goed beslagen ten ijs te komen. Binnen 10 minuten ben ik ter plaatse in gezelschap van nog enkele andere vogelaars. De Grauwe franjepoot laat zich fantastisch mooi zien. Als een draaitol zoekt hij de wateroppervlakte af naar kleine ongewervelde waterdiertjes en insecten. Zoals meestal met Grauwe franjepoten is het vogeltje uiterst tam en heeft kennelijk nog geen slechte ervaringen met mensen op gedaan. Dat is op zich niet zo vreemd als je bedenkt dat ze hun broedgebieden hebben in noordelijk Europa, IJsland en Rusland waar de bevolkingsdichtheid niet erg groot is. De doortrek vind voornamelijk plaats over Oost-Europa naar hun zuidelijk gelegen overwinteringgebieden in de Arabische zee en de Oost-Indische kustgebieden. Het is dus heel opmerkelijk dat ze toch soms op doortrek Nederland aandoen. Met de Grauwe franjepoot is iets opmerkelijks aan de hand. De mannetjes zijn minder fel gekleurd dan de vrouwtjes, broeden de eieren uit en verzorgen de jongen. De vrouwtjes bekommeren zich niet om hun nageslacht en proberen alleen maar hun eieren te slijten aan zorgzame mannetjes. Ze onderhouden hiervoor een territorium dat ze tegen andere vrouwtjes verdedigen. Dat is normaal gesproken de taak van de mannetjes in de vogelwereld!

Blauwborst Column Maasstad 15 juni 2009


Hoewel de Blauwborst heel kieskeurig is bij zijn gebiedskeuze is dit exotisch uitziend vogeltje ook in onze omgeving te zien. Ze geven de voorkeur aan natte rietmoerassen die geleidelijk overgaan in moerasbossen. In onze omgeving zie je ze b.v. langs de Poldervaart ter hoogte van de Schie en daarlangs bij de Broekkade. Ook bij de Rijsplas in de Aalkeetbuitenpolder in Vlaardingen en in de Rietputten langs de Maassluissedijk zijn ze volop te zien. Ten minste als ze zingen! Dat doen ze het meest in de maand april en ook wel in mei. Uitbundige kleurenpracht gaat meestal niet samen met een prachtige zang. Denk in dit verband aan de sobere kleuren van b.v. de Nachtegaal. De Blauwborst is hierop echter een uitzondering. Naast de schitterende blauwe borst is er de roodbruine staart die soms als een waaier wordt getoond. Deze functie is, net als bij vogelzang, erop gericht mededingers te laten zien hier in dit gebied ben ik de baas. De afgelopen jaren zijn ze flink in aantal toegenomen. In 1970 waren er nog maar 1.000 paar in Nederland. In 2000 waren er naar schatting wel 9.000 tot 11.000 paar in ons land. Een hele positieve ontwikkeling. Deze gegevens zijn ontleend aan SOVON Vogelonderzoek Nederland. Eigenlijk is er dus geen excuus meer te bedenken waarom u geen blauwborstje zou kunnen scoren. Neem wel een verrekijker mee want ze kunnen best wel schuw zijn en laten zich niet makkelijk benaderen. Veel succes bij uw zoektocht naar de Blauwborst.

02 juni, 2009

De Tuinfluiter

Natuur in onze omgeving

Publicatie in  MAASSTAD weekbladen 06-2009

De naam Tuinfluiter suggereert dat de vogel in elke
tuin is te zien. Was het maar waar! Daar is hij toch te schuw voor! De Tuinfluiter komt wel algemeen voor langs bosranden en houtwallen. Er moet dan wel voldoende onderbegroeiing zijn om het nest te maken. De Tuinfluiter laat zich niet snel zien en leeft zeer terug getrokken. Je ontdekt de vogel eigenlijk bijna altijd alleen maar door de zang. De Tuinfluiter is nauw verwant aan de Zwartkop. De zang van beide soorten lijkt dan ook heel sterk op elkaar. Zelf heb ik in het vroege voorjaar, als de eerste vogels te horen zijn, best wel moeite om ze uit elkaar te houden. De zang maakt een zeer gehaaste indruk. Men zegt wel dat deze lijkt op de zang van een op hol geslagen Merel. Ik kan dat wel onderschrijven. In een zeer hoog tempo fluit hij zijn deuntje. De Tuinfluiter, die van insecten en rupsen leeft, komt voor van West-Europa tot in Centraal Siberië en heeft dus een enorm verspreidingsgebied. Hij trekt weg via Frankrijk en steekt bij Spanje de straat van Gibraltar over naar tropisch Afrika waar hij overwintert. Het geeft me in ieder geval een fijn lente gevoel als ze weer terugkomen en hun zang laten horen. Natuurlijk is de zang niet voor u bestemd maar voor andere Tuinfluitermannetjes. Hiermee laat hij weten “in dit gebied ben ik de baas”. Tuinfluitervrouwtjes brengt hij natuurlijk ook het hoofd op hol en zijn van harte welkom om op zijn avances in te gaan. Ook dat is weer een functie van de vogelzang. Heeft u iets leuks te melden over de natuur in onze omgeving laat dat even weten.