22 september, 2024

Porseleinhoen Zevenhuizerplas

De plasjes langs het fietspad bij de Zevenhuizerplas blijven verrassen. Naast de eerder waargenomen Zwarte Ibissen was er nu een Porseleinhoen te zien. Wat een schitterend vogeltje! Onder grote belangstelling werd deze tamme vogel prachtig waargenomen.

Het porseleinhoen is een kleine, schuwe watervogel uit de familie van rallen. Het heeft een opvallend gevlekt verenkleed met bruine, zwarte en witte tinten en een korte, rechte snavel. Het leeft in moerasachtige gebieden, zoals rietvelden en vochtige graslanden, waar het zich voedt met insecten, slakken en zaden. Het porseleinhoen is moeilijk te zien omdat het zich vaak verstopt tussen dichte vegetatie. Het staat bekend om zijn kenmerkende roep, vooral tijdens de schemering. De soort is in Europa een zeldzame broedvogel.


Porseleinhoen   .   Spotted Crake  ·  Porzana porzana
Porseleinhoen   .   Spotted Crake  ·  Porzana porzana
Porseleinhoen   .   Spotted Crake  ·  Porzana porzana
Porseleinhoen   .   Spotted Crake  ·  Porzana porzana
Porseleinhoen   .   Spotted Crake  ·  Porzana porzana

18 september, 2024

Zwarte Ibissen Zevenhuizerplas

Tijdens een fietstocht naar de Zevenhuizerplas werden er ter plaatse twee Zwarte Ibissen Plegadis falcinellus gemeld. Echt een buitenkans. Het was op de plek een drukte van belang. De Ibissen waren absoluut niet schuw dus kon iedereen  zijn of haar gewenste plaatje schieten. Helaas was op het moment dat ik ter plaatse was de zon achter de wolken verdwenen. Maar met wat spelen met de instellingen van de camera lukte me het toch enkele leuke plaatjes

te maken. 

01 september, 2024

Visarend  Pandion haliaetus

Ooit overvliegend waargenomen boven de Poldervaart. De Visarend is een roofvogel die voornamelijk vis eet en bekend staat om zijn duikvluchten naar vissen in het water. Visarenden zijn grote, slanke roofvogels met een spanwijdte van 1,5 tot 1,8 meter. Ze hebben een bruine rug en vleugels, een witte onderkant en een opvallend zwarte oogstreep die doorloopt tot achter de ogen. De kop van de Visarend is wit met een donkere kap en de snavel is haaks gebogen, wat het vasthouden van vis vergemakkelijkt. Visarenden komen voor in Europa, Azië, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en Australië. In Europa broeden Visarenden voornamelijk in Scandinavië, maar ook in Schotland en Polen. Visarenden zijn trekvogels en overwinteren in Afrika. Visarenden broeden vaak in bomen, maar soms ook op kliffen of op de grond. Ze bouwen grote nesten van takken en voeren deze uit met gras, mos en andere materialen. Het vrouwtje legt gewoonlijk twee tot drie eieren die ongeveer 38 dagen worden bebroed. Beide ouders broeden de eieren uit en voeden de kuikens op. De belangrijkste prooi van Visarenden is vis, die ze meestal vangen door in de lucht te blijven bidden en vervolgens in het water te duiken om hun prooi te grijpen. Visarenden zijn sterk afhankelijk van visrijke gebieden en zijn daarom te vinden in de buurt van rivieren, meren en kustgebieden. Vanwege het gebruik van pesticiden in de jaren '50 en '60 namen de populaties van Visarenden af, maar na het verbod op deze pesticiden zijn ze weer toegenomen.




Grote zilverreiger  Ardea alba

De Grote Zilverreiger is van oorsprong een vogel uit het oostelijke, mediterrane gebied. Door het beschikbaar komen van geschikte leefgebieden heeft deze hagelwitte reiger zijn verspreiding inmiddels uitgebreid tot in Nederland. De Oostvaardersplassen vormen hier het belangrijkste bolwerk. Dit gebied is de springplank vanwaar andere gebieden inmiddels gekoloniseerd worden. Met name in de winter zijn grote aantallen te vinden in weidegebieden, die waarschijnlijk zowel uit Oost- (Polen), Zuidoost- (Oostenrijk/Zwitserland), als Zuid-Europa (Frankrijk) komen. Grote witte reiger, die voor weinig vergissing kan zorgen. Lange gele snavel en doorgaans zwarte poten. In de broedtijd worden gedurende een korte periode de poten rood en de snavel zwart. De Grote Zilverreiger wordt in Nederland steeds algemener. Vooral in de wintermaanden zijn ze veelvuldig te zien in Midden-Delfland. Dat ze onderling een zekere afstand in acht nemen is eenvoudig te constateren. Regelmatig vinden er schermutselingen plaats waarbij de één de ander achtervolgt. Regelmatig is dan de ratelende roep te horen. Ook Blauwe Reigers worden niet geduld en ook verjaagd. De Grote Zilverreiger broedt in toenemende mate vanaf 1978 in Nederland. Vooral in de Oostvaarderplassen. Voor zover mij bekend is er nog geen broedgeval in de directe omgeving van Midden-Delfland bekend. Naar mijn idee zal dat niet lang meer duren. Algemeen in de wintermaanden in de omgeving van de Poldervaart.




Kleine Zilverreiger Egretta garzetta

De Kleine Zilverreiger is een bewoner van lagunes, moerassen en andere gebieden met ondiep zoet of zout water. In Nederland is de Kleine Zilverreiger zeldzamer dan zijn verwant - de Grote Zilverreiger en heb je in Zeeland en op de Wadden de grootste kans om er een tegen te komen. Opvallende witte reiger die het best te onderscheiden is van de Grote Zilverreiger door de gele tenen, het veel kleinere formaat en de kortere nek. Doorgaans heeft de Kleine Zilverreiger een zwarte snavel en de grote een gele, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. De Kleine Zilverreiger is een vogel die behoort tot de reigerfamilie. Het is een slanke vogel met een wit verenkleed en zwarte poten en snavel. De Kleine Zilverreiger is iets kleiner dan de Grote Zilverreiger. De Kleine Zilverreiger komt voor in grote delen van Europa en Afrika en is een trekvogel die overwintert in Afrika en terugkeert naar Europa om te broeden. De Kleine Zilverreiger voedt zich voornamelijk met vis, maar eet ook kikkers, insecten en andere kleine dieren. Broedt meestal in kolonies met andere reigersoorten en legt 3-5 eieren per nest. Beide ouders broeden de eieren uit en voeden de jongen. De jongen verlaten het nest na ongeveer 30 dagen en worden nog een paar weken gevoed door de ouders voordat ze zelfstandig worden. In de omgeving van de Poldervaart worden ze incidenteel wel eens gezien.



Purperreiger Ardea purpurea

De Purperreiger is een prachtige vogel met een slank en sierlijk uiterlijk. In vergelijking met de bekende Blauwe Reiger is de Purperreiger donkerder, iets kleiner en slanker. Tijdens de vlucht zijn vooral de lange tenen opvallend. De Purperreiger is een moerasbewoner en broedt in kolonies in drassige, overjarige rietlanden en omgeven door struweel. Ze voeden zich voornamelijk met vis en amfibieën die ze vangen in ondiep open water. Purperreigers zijn trekvogels en overwinteren in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Helaas zijn ze een stuk zeldzamer dan de blauwe reiger. De Purperreiger heeft een kenmerkende bruinoranje nek met zwarte strepen. Het mannetje lijkt zeer veel op het vrouwtje, maar is gemiddeld iets groter. De sierveren hebben witte punten en jonge vogels zijn geelbruin en houden een bruin kleed tot en met het tweede jaar. De vlucht van de Purperreiger is wat grilliger dan die van de blauwe reiger. De vleugels worden ook iets geknikt gehouden en de poten met lange tenen steken ver uit. Een ander opvallend kenmerk is de meer gehoekte 'keelzak' dan bij de blauwe reiger. Helaas is de Purperreiger een bedreigde soort in Europa vanwege habitatverlies en intensief landgebruik. Daarom is bescherming van hun leefgebied van groot belang. In de omgeving van de Poldervaart worden ze incidenteel wel eens gezien. 




Blauwe Reiger  Ardea cinerea

Het is inderdaad bijna onvoorstelbaar dat de Blauwe Reiger vroeger schuwe vogels waren. Tegenwoordig zijn ze zeer bekend en veel voorkomend in Nederland. Een volwassen Blauwe Reiger is een prachtig gezicht, vooral aan het begin van het broedseizoen. Ze hebben een paar lange, sierlijk afhangende veren vanaf de zwarte kopstreep, een geeloranje dolksnavel en afhangende sierveren over de keel en op de rug. Tijdens de vlucht houdt de Blauwe Reiger de nek ingetrokken en lijkt daardoor wat 'topzwaar'. De poten steken duidelijk achter het lichaam uit tijdens de vlucht. Ze hebben een hekel aan vuile veren en poetsen deze dan ook graag met een soort poeder uit een klier aan het onderlijf. Na het opdrogen kammen ze de veren met een kammetje dat aan de middelste teennagel zit. De Blauwe Reiger is voornamelijk een standvogel en overwintert soms een deel in Frankrijk of Engeland. Tijdens strenge winters hebben ze het echter moeilijk om aan voedsel te komen. Hun dieet bestaat uit vis, muizen, mollen, ratten, kikkers, padden, grote insecten en zelfs jonge vogels. Opmerkelijk aan het baltsgedrag van blauwe reigers is het vliegen met gestrekte nek als ze langs de kolonie scheren. Normaal gesproken vliegen ze met ingetrokken nek. Van ver is het rauwe gekrijs dat ze uitstoten te horen. Ze halen regelmatig takken om oude nesten op te knappen of nieuwe te maken. In februari worden er drie tot vijf eieren gelegd, die beide ouders uitbroeden. In het Prinses Beatrixpark in Nederland is er een broedkolonie van Blauwe Reigers te vinden.




Roerdomp Botaurus stellaris

Roerdompen zijn fascinerende vogels die zichzelf goed weten te verbergen in hun omgeving. Ze hebben een unieke manier om zich te verbergen door de paalhouding aan te nemen, waarbij ze rechtop gaan staan en zo lijken op een pol riet. Het imponerende 'hoempende' geluid dat ze maken, draagt bij aan hun mystieke aura. Roerdompen broeden bij voorkeur in moerassen met dichte, oude rietkragen. Ze zijn zowel stand- als trekvogels, die in strenge winters soms forse verliezen kunnen lijden. Hun dieet bestaat voornamelijk uit vis, kikkers, muizen (in de winter) en grote insecten. Roerdompen zijn compacte, geelbruine reigers met donkere patronen, die perfect zijn aangepast aan hun omgeving in het rietland. Hun camouflage is bijna perfect. Het is dan ook vaak het geluid van de roerdomp dat de aandacht vestigt op hun aanwezigheid. In vlucht vallen de brede vleugels, dikke hals en lange tenen op. Het is opmerkelijk dat er in de directe omgeving van de Poldervaart regelmatig broedgevallen van Roerdompen zijn geweest. Dit is waarschijnlijk te danken aan het aanwezige rietland, dat een ideale leefomgeving biedt voor deze mysterieuze vogels. Toch blijven Roerdompen lastig te zien en is het een bijzondere ervaring om er een te zien in zijn natuurlijke omgeving.




Heggenmus  Prunella modularis

De Heggenmus is een klein bruin vogeltje, ook wel bekend als "het kbv-tje". Bij nadere inspectie is het eigenlijk een heel mooi vogeltje. Het lijkt oppervlakkig gezien op een Huismus, maar de vogel heeft een fijnere snavel, waaraan te zien is dat het een insecteneter is. De kop en borst zijn loodgrijs. De broedbiologie van de heggenmus is heel interessant. Het vrouwtje gaat nogal eens vreemd en heeft meestal twee mannetjes die ook nog samen voor het broedsel zorgen. De heggenmus is een kleine zangvogel die behoort tot de familie van de heggenmussen. Het is een onopvallende vogel met een bruinachtig-grijs verenkleed en een geelbruine borst en buik. De heggenmus komt voor in een groot deel van Europa en delen van Azië en Noord-Afrika. Hij leeft in diverse leefgebieden, zoals bossen, parken, tuinen en open gebieden met struikgewas. Hij is vooral te vinden op plaatsen met veel schuilplaatsen, zoals heggen, bosranden en struikgewas. De heggenmus voedt zich voornamelijk met insecten, wormen en andere ongewervelde dieren. Hij zoekt zijn voedsel op de grond en tussen het struikgewas. Ook eet hij af en toe zaden en bessen. De Heggenmus heeft een zacht en melancholisch gezang, dat bestaat uit een serie korte en trillende tonen. Het mannetje zingt vooral in het broedseizoen om zijn territorium af te bakenen en om een vrouwtje aan te trekken. Het nest van de Heggenmus wordt gebouwd in een struik of heg. Het wordt gebouwd van takjes, mos, bladeren en wortels en wordt gevoerd met veren en haar. Algemeen in de omgeving van de Poldervaart. 




Aalscholver  Phalacrocorax carbo

De Aalscholver is een bekende en vertrouwde bewoner van het waterrijke Nederland, en dus ook van de Poldervaart. Het is een forse, donkere watervogel met een gehaakte snavel die goed van pas komt bij het vissen. Het beeld van Aalscholvers met gespreide vleugels om te drogen is ook zeer bekend. Aalscholvers broeden vaak in grote kolonies en zijn zeer sociaal. Ondanks hun donkere uiterlijk is hun verenpak grotendeels diep bronsgroen, waarbij elk veertje van de bovenvleugels een subtiel zwart randje heeft, waardoor de vogel een 'geschubd' uiterlijk heeft. In het voorjaar kleuren de vogels op hun mooist, met witte bevedering op de wangen en dijen, zilverwitte manen op de kruin en nek, en een geel gekleurde, onbevederde keel. Dit prachtigkleed verdwijnt echter in de loop van het broedseizoen. Aalscholvers vliegen regelmatig over langs de Poldervaart op weg naar hun foerageergebieden of terug naar hun nestplaatsen. Kolonies van Aalscholvers vind je zowel bij zoet als zout water, meestal in bomen, maar soms ook op de grond, zoals op predatievrije eilanden. De landelijke aantallen Aalscholvers zijn sterk toegenomen sinds de jaren zeventig, dankzij het wegvallen van intensieve vervolging en het terugdringen van waterverontreiniging. Deze trend is ook elders in Europa waar te nemen. De Aalscholver is een prachtige vogel om te zien en komt veelvuldig voor in de omgeving van de Poldervaart. 




Huismus   Passer domesticus

De Huismus is een kleine zangvogel die behoort tot de familie van de mussen. Het is een grijze vogel met een bruine rug en vleugels en een grijsbruine kop. Het mannetje heeft een zwarte keel en borst, terwijl het vrouwtje een lichtere kleur heeft. De Huismus komt voor in een groot deel van Europa, Azië en Noord-Afrika en past zich goed aan aan verschillende habitats, waaronder stedelijke gebieden, dorpen, boerderijen en tuinen. Ze leven vaak in grote groepen en nestelen in gebouwen, bomen en struiken. De Huismus is een zaad- en insecteneter en voedt zich voornamelijk met zaden, granen, bessen, insecten, wormen en andere ongewervelde dieren. Ze zoeken voedsel op de grond, in struiken en op vogelvoeders. De Huismus heeft een herkenbaar en luidruchtig gezang, dat bestaat uit een reeks tjilpende en kwetterende tonen. Het mannetje zingt vooral in het broedseizoen om een vrouwtje aan te trekken en zijn territorium af te bakenen. Het nest is gemaakt van takjes, gras, veren en andere zachte materialen en wordt gevoerd met pluisjes en haar. Het vrouwtje legt 4-6 eieren, die na ongeveer 12-14 dagen uitkomen. Beide ouders nemen deel aan het broeden en voeden van de jongen. De Huismus is een sociale vogel die bekend staat om zijn vriendelijke karakter en aanpassingsvermogen. Het is een veelvoorkomende vogel en een welkome aanvulling op de omgeving. Komt gelukkig nog in ruime mate voor in de directe omgeving van de Poldervaart.




Ooievaar  Ciconia ciconia

Mijn Volkstuin is natuurlijk een leuke plek om wat sfeerbeelden te maken als er verse sneeuw gevallen is. Groot was mijn verbazing toen er een vliegende Ooievaar overkwam die de sneeuwstorm trotseerde. Het leverde wel een paar vage en aparte plaatjes op. Was het toch een beter idee geweest om naar Afrika te vertrekken!! De Ooievaar was midden jaren 70 bijna verdwenen uit ons land. In 1969 heeft Vogelbescherming een reddingsoperatie gestart en een aantal buitenstations opgezet van waaruit Ooievaars weer in aantal konden toenemen. In 2000 broedden er 396 paar en in 2007 zelfs alweer 600 broedparen. Opmerkelijk is dat het trekgedrag van de Ooievaars die op de buitenstations werden gehouden is veranderd. De oudervogels trokken niet meer naar de overwinteringsgebieden in Zuidelijk Afrika maar gingen overwinteren in ons land. Door het bijvoeren op de buitenstations konden ze onze kwakkelwinters wel aan. Opmerkelijk is dat de jongen wel hun oorspronkelijke trekgedrag vertonen. Ook nu zie je nog steeds, hoewel de buitenstations inmiddels zijn opgedoekt, dat een deel van de Ooievaars wegtrekt en een deel overwintert. In het Prinses Beatrixpark broedt al enkele jaren een koppel bij de kinderboerderij.  



Tapuit Oenanthe oenanthe

De Tapuit is een kleine trekvogel die behoort tot de familie van de vliegenvangers. Het is een opvallende vogel met een grijze kop en witte wenkbrauwstreep, die contrasteert met zijn zwarte oorstreek, grijze verenkleed en lichtbeige borst. De Tapuit komt voor in Europa, Azië en Noord-Afrika, en broedt voornamelijk in open gebieden, zoals heidevelden, berggebieden, rotsachtige kusten en steppen. In de winter trekken Tapuiten naar Afrika, waar ze overwinteren in de Sahelzone. De Tapuit is een insecteneter en voedt zich voornamelijk met insecten, zoals vliegen, kevers en rupsen. Het zoekt zijn voedsel op de grond en op stenen, en jaagt soms ook in de vlucht. De Tapuit heeft een herkenbaar en melodisch gezang, dat bestaat uit korte en krachtige tonen. Het mannetje zingt vooral in het broedseizoen om een vrouwtje aan te trekken en zijn territorium te verdedigen. Het nest van de Tapuit wordt vaak gebouwd in een konijnenhol, op een beschutte plek onder een rots of tussen stenen. Het wordt gemaakt van gras, mos, haren en veren en wordt gevoerd met fijn materiaal. Het vrouwtje legt 4-6 eieren, die na ongeveer 12-14 dagen uitkomen. Beide ouders nemen deel aan het broeden en voeden van de jongen. De Tapuit is een bedreigde vogelsoort in Nederland, vanwege veranderingen in de landbouw en habitatverlies. Om deze reden is het een beschermde vogelsoort.  In de omgeving van de Poldervaart alleen te zien in de trektijd.





Roodborsttapuit  Saxicola rubicola

De Roodborsttapuit is een kleine zangvogel die behoort tot de familie van de vliegenvangers. Het is een opvallende vogel met een bruin-grijze rug en een roestrode borst. Het mannetje heeft een zwarte kop met een witte vlek op de zijhals, terwijl het vrouwtje een lichtere kleur heeft en een roodbruine kop met een weinig opvallende wenkbrauwstreep. De Roodborsttapuit komt voor in Europa, Azië en Noord-Afrika, en broedt voornamelijk in open gebieden, zoals heidevelden, berggebieden, rotsachtige kusten en steppen. Het is een trekvogel en overwintert voornamelijk in Afrika. De Roodborsttapuit is een insecteneter en voedt zich voornamelijk met insecten, zoals vliegen, mieren, rupsen en spinnen. Het zoekt zijn voedsel op de grond en op stenen, en jaagt soms ook in de vlucht. De Roodborsttapuit heeft een helder en karakteristiek gezang, dat bestaat uit korte, melodische noten. Het mannetje zingt vooral in het broedseizoen om een vrouwtje aan te trekken en zijn territorium af te bakenen. Het nest van de Roodborsttapuit wordt vaak gebouwd in een braamstruik, onder een rots of tussen stenen. Het wordt gemaakt van gras, mos, haren en veren en wordt gevoerd met fijn materiaal. Het vrouwtje legt 4-6 eieren, die na ongeveer 12-14 dagen uitkomen. Beide ouders nemen deel aan het broeden en voeden van de jongen. Schaarse broedvogel in de omgeving van de Poldervaart.