01 september, 2024

Torenvalk  Falco tinnunculus

De Torenvalk is vooral bekend door het bidden, dat je vaak langs de weg ziet. De Torenvalk is een roofvogel die behoort tot de familie van de valken. Nog steeds een kenmerkende vogel van het open land in Nederland. Een uitgesproken veldmuisjager, die graag in nestkasten broedt in open land. Als er weinig muizen zijn, pakt hij ook wel jonge weidevogels of mussen. Pakt uitsluitend prooien van de grond. Het is een Kleine valk met lange staart. Kenmerkende roodbruine rug in alle kleden. Man met grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouw met geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. Ondiepe, rustige vlucht, bidt veel. In silhouet is de lange staart kenmerkend, de vleugelpunten zijn minder spits dan bij andere valken. In zit steekt de staart ver voorbij de vleugelpunten. Korte tenen. Is territoriaal, maar kan soms in kolonies broeden (vroeger ook in Nederland). Bouwt zelf geen nest. Broedt in oud kraaiennest, in Nederland tegenwoordig vooral in speciale open of halfopen Torenvalkkasten. Ook in nissen in gebouwen en in het buitenland op rotsrichels en in rotsspleten. Eén legsel, zeer zelden twee; meestal 4-6 eieren. Broedtijd april-juli. Broedduur 27-31 dagen, begint na leg eerste ei. Alleen vrouwtje broedt. Jongen vlieg vlug na 27-35 dagen, worden vaak nog wekenlang gevoerd. De in de winter waargenomen Torenvalken zijn Nederlandse broedvogels aangevuld met wat vogels uit omringende landen en Noord-Europa.  Algemeen in de omgeving van de poldervaart.




 


Groene Specht Picus viridis

Geelgroene vogel ongeveer even groot als een postduif, met een rode kruin, zwart masker rond het oog en een gele stuit. Het mannetje heeft daarnaast nog een rode baardstreep en het vrouwtje een zwarte. De Groene Specht heeft een sterk golvende vlucht en sluit daarbij de vleugels regelmatig. Roffelt in tegenstelling tot de Grote Bonte Specht weinig. De Groene Specht komt overal in Nederland voor waar bos of park te vinden is met open terrein. De zeer schuwe Groene Specht kan ook een mogelijke bezoeker van uw tuin zijn. Al moet gezegd dat ze zeer alert en schuw zijn en heel snel verstoort. De Groene Specht laat zich goed horen. De roep is een luid lachend kluu kluu kluu, waarmee het mannetje zijn territorium afbakent. Hiermee wordt naar concurrenten aangegeven “hier ben ik de baas” Voor vrouwtjes is het daarentegen een signaal dat er een gezond en sterk mannetje zit met een eigen territorium. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit mieren en ook wel andere insecten die op de grond worden gevangen. Vaak zitten ze dus foeragerend op grasvelden! Een Groene Specht in uw tuin fotograferen is echt een ultiem hoogtepunt. Als het lukt heb je alles goed gedaan! De Groene Specht is een echte standvogel en waarnemingen ver buiten de broedgebieden zijn ongewoon. Groene Spechten broeden vooral in kleinschalig cultuurlandschap met veel oude bomen en in de duinen. Grote bosgebieden zijn vaak alleen bezet langs de randen of rond kaalslagen. In de gebieden langs de Poldervaart een regelmatige verschijning.





Grote Bonte Specht  Dendrocopos major  

De Grote Bonte Specht heeft een zwart-wit verenkleed en een opvallende witte schoudervlek. Zijn anaalstreek is rood en de flanken zijn wit/zwart. Zijn bovenkop is zwart. Hierbij heeft het mannetje een rode nek vlek en vrouwtje niet. Juveniele spechten hebben een rood petje. De Grote Bonte Specht komt overal in Nederland voor waar bos of park te vinden is. Hij broedt in bossen, parken, tuinen en bosschages. Het is vooral een standvogel die het gehele jaar in zijn eigen gebied blijft. In de winter kunnen ze wel gaan zwerven en een groter gebied gebruiken op zoek naar voedsel. Een Grote Bonte Specht in uw tuin zien is best wel bijzonder. Ze zijn normaal gesproken zeer schuw en alleen als u zich goed kunt verstoppen in uw schuilplek dan komen ze zeker naar uw tuin. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen op de regel en lukte het me heel makkelijk de Grote Bonte Specht van deze foto zonder camouflage zittend voor mijn tuinhuisje te fotograferen! Hij hakt ieder jaar een nieuw broedhol. Voor het uithakken van het hol wordt zachthout of een rottende plek uitgezocht. Ze zijn wel op hun rust gesteld en in de omgeving moeten voldoende oude bomen voorkomen waarin ze hun basisvoedsel in de vorm van insecten kunnen vinden. Normaal gesproken zijn het echte insecteneters die het niet kunnen laten zo af en toe ook een jong vogeltje te verschalken. In sommige najaren lijkt er doortrek op te treden, maar het kan deels gaan om lokale verplaatsingen.  In de gebieden langs de Poldervaart een regelmatige verschijning. 




Draaihals Jynx torquilla

 De Draaihals is een kleine spechtensoort en met zijn bruine camouflagekleuren een heel ander soort specht dan de bekende en kleurrijke grote bonte specht. De Draaihals is een vogel met een teruggetrokken manier van leven. De vogel heeft een uitstekende schutkleur van bruine, zwarte en grijzige strepen in het patroon van boomschors. De onderzijde is lichter van kleur en getekend met dunne dwarsstrepen. Over de ogen loopt een donkere streep. De rechte snavel heeft een scherpe punt. De vogel heeft korte poten met relatief lange tenen voor een beter houvast op boomschors. In Nederland vooral als zeldzame doortrekker te zien. Er zijn 3 waarnemingen op 1 dag bekend langs de Poldervaart. Dit was op 24 en 25 augustus 2015. Hij nestelt in boomholten, vooral in berken. Alleen tijdens de broedperiode zitten draaihalzen vaak, zoals de andere spechten, tegen een boomstam; de rest van het jaar vooral op de grond. Het is dus een echte grondspecht. Draaihalzen foerageren in schrale pionier vegetaties op zandgrond en leven van mierenpoppen. Zijn tong is lang en kleverig. Ze overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara. De Draaihals dankt zijn naam aan de flexibele hals, die in vreemde kronkels gedraaid kan worden. Slangachtig kan hij zijn hals strekken en zijn kop zelfs 180 graden draaien in elke richting. In de omgeving van de Poldervaart een onregelmatig verschijning.





IJsvogel  Alcedo atthis

Gelukkig zijn de vogels nu weer te zien bij de IJsvogelkijkwand langs de Poldervaart. Mijn grote wens voor het Volkstuincomplex Thurlede zou zijn om ook daar een IJsvogelwand te creëren aan de zuidkant van het complex. Hoe gaaf zou het zijn als IJsvogels deze wand in gebruik gaan nemen! Onlangs werd mij verteld tijdens de vogelinventarisatie waaraan we bezig waren dat er 2 jaar geleden een broedgeval van de IJsvogel was op ons volkstuincomplex Thurlede. Het kan dus wel! De IJsvogel is onmiskenbaar blauw en oranje gekleurd. Hij heeft een gestroomlijnde bouw met een korte staart, een naar verhouding grote kop en snavel, en een witte keel en zijhals. De vleugels en kruin zijn groenachtig blauw met een helderblauwe rug en stuit. Hij zit vaak rechtop op een laaghangende tak boven het water te loeren naar visjes. Vrouwtjes hebben een oranjerode snavelbasis, bij de man is die zwart. IJsvogels zijn vooral vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water, maar broeden ook bij stilstaand water. Hun nesttunnel graven ze in zandige of lemen steile oeverranden. Ze voeden zich met kleine visjes, waterinsecten en dergelijke en beginnen al met broeden vanaf februari/maart. Er zijn vaak meerdere legsels per jaar van meestal 6-7 eieren.




 Witoogeend  Aythya nyroca

Regelmatig duikt er in de buurt een Witoogeend op. Vorig jaar nog eentje bij de Olsthoornplas in Midden Delfland bij Vlaardingen. Onlangs was er geruime tijd eentje te zien bij de Poldervaart ter hoogte van Begraafplaats de Beukenhof in Schiedam. Witoogeenden zijn zeldzaam. Deze soort broedt voornamelijk in Oost-Europa en verder oostwaarts. In Europa is de soort een schaarse broedvogel, die erg in aantal is afgenomen en als bedreigd wordt beschouwd. In heel Europa vertoont Witoogeend een afnemende trend. In Nederland is de Witoogeend een niet jaarlijks voorkomende broedvogel, en een zeer schaarse doortrekker en wintergast. In alle provincies kunnen Witoogeenden voorkomen. Ze zijn over het algemeen tamelijk schuw. Witoogeenden komen vaak voor in concentraties duikeenden. Vogels kunnen soms lang op één plaats blijven hangen. Soms komt het voor dat Witoogeenden, bij gebrek aan een partner van dezelfde soort, met andere duikeenden hybridiseren. De Witoogeend is een vrij kleine duikeend met warm kastanjebruin verenkleed, witte buik en witte onderstaartdekveren. De bovendelen zijn zwartbruin en de snavel leigrijs met zwarte nagel. Volwassen mannetjes hebben een witte iris. Vrouwtjes zien eruit als mannetjes, maar dan dofbruin van kleur en met een bruin oog. In de vlucht is een brede, witte vleugelbaan zichtbaar over de slagpennen. De Witoogeend is een vogel van zoetwatermeren, vijvers en moerassen, waar hij zich voedt met zaden, waterplanten, insecten en kleine visjes.