01 september, 2024

Kleine Mantelmeeuw Larus fuscus

De Kleine Mantelmeeuw is een veelvoorkomende meeuwensoort in Nederland, met name aan de kust. In de namiddag en avond zijn ze vaak te zien terwijl ze op weg zijn naar hun slaapplaatsen. De soort broedt voornamelijk op de Waddeneilanden en de Maasvlakte en heeft daar kolonies. Het grootste aantal Kleine Mantelmeeuwen bevindt zich in het Waddengebied en de Zeeuwse Delta. In het voorjaar is bijna een vijfde van de totale Europese populatie te vinden aan de Nederlandse Noordzeekust. Van alle meeuwensoorten in Nederland hebben alleen de Geelpootmeeuw en de Kleine Mantelmeeuw gele poten. De Grote Mantelmeeuw is groter dan de Kleine Mantelmeeuw en heeft roze poten. De Kleine Mantelmeeuw kwam voor het eerst tot broeden in Nederland in 1926 op Terschelling. Gedurende lange tijd bleef de soort zeldzaam, rond 1960 waren er slechts 80 paren. Vanaf 1970 is er echter een explosieve toename geweest naar meer dan 100.000 paren in 2010. Helaas heeft de Kleine Mantelmeeuw de laatste jaren te kampen met een slecht broedsucces, wat de aantallen op termijn kan doen dalen. De Kleine Mantelmeeuw is regelmatig te zien in de omgeving van de Poldervaart.




Zwarte roodstaart  Phoenicurus ochruros

De Zwarte Roodstaart is een zangvogel die behoort tot de familie van de vliegenvangers. Deze soort komt voor in grote delen van Europa, Azië en Noord-Afrika en leeft in uiteenlopende habitats, zoals bergen, bossen, parken, tuinen en zelfs stedelijke gebieden. Het mannetje van de Zwarte Roodstaart heeft een zwarte kop, keel en rug, terwijl de vleugels en staart een donkere grijze kleur hebben. De staart is opvallend roestbruin van kleur, vandaar de naam "Roodstaart". Het vrouwtje heeft een bruine kleur, waarbij de rug en vleugels donkerder zijn dan de buik. Bij beide geslachten hebben de snavel en poten een zwarte kleur. Zwarte Roodstaarten zijn insecteneters en voeden zich voornamelijk met vliegende insecten, zoals vliegen, muggen en kevers. Ze jagen vanaf een uitkijkpost en maken korte vluchten om insecten te vangen. De Zwarte Roodstaart is een trekvogel en overwintert voornamelijk in Afrika ten zuiden van de Sahara. In de broedtijd bouwt het mannetje een nest in een holte, zoals een boomholte of een spleet in een muur. Het nest wordt gemaakt van gras, mos en haren en wordt bekleed met veren. Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren, die ze in ongeveer twee weken uitbroedt. Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest en worden ze nog enkele weken gevoed door de ouders.  Zeldzame vogel in de omgeving van de Poldervaart.





Bonte Vliegenvanger  Ficedula hypoleuca

De Bonte Vliegenvanger is een kleine zangvogel die behoort tot de familie van de vliegenvangers. Deze soort komt voor in grote delen van Europa en Azië en leeft voornamelijk in bossen, parken en tuinen. Het mannetje van de Bonte Vliegenvanger heeft een witte buik en borst, terwijl de kop, rug en vleugels een donkere kleur hebben. De staart is zwart met witte randen. Het vrouwtje heeft een meer grijze kleur, waarbij de rug en vleugels donkerder zijn dan de buik. Bij beide geslachten hebben de snavel en poten een zwarte kleur. De Bonte Vliegenvanger is een insecteneter en voedt zich voornamelijk met vliegende insecten, zoals vliegen, muggen en kevers. Ze jagen vanaf een uitkijkpost en maken korte vluchten om insecten te vangen. De Bonte Vliegenvanger is een trekvogel en overwintert voornamelijk in Afrika ten zuiden van de Sahara. In de broedtijd bouwt het mannetje een nest in een holte, zoals een boomholte of een spleet in een muur. Het nest wordt gemaakt van gras, mos en haren en wordt bekleed met veren. Het vrouwtje legt meestal vier tot zes eieren, die ze in ongeveer twee weken uitbroedt. Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest en worden ze nog enkele weken gevoed door de ouders. Het is een nuttige vogel omdat het een groot aantal insecten verorbert, waardoor het een belangrijke rol speelt in het ecosysteem van de bossen waarin het leeft. In de cultuur heeft de Bonte Vliegenvanger een plaats als symbool van de lente en het begin van de zomer. Tijdens de voor- en najaarstrek ook in de omgeving van de Poldervaart te zien.




Zilvermeeuw  Larus argentatus

De Zilvermeeuw is een veelvoorkomende en bekende vogel in Nederland. Het is een veelzijdige vogel die zowel aan de kust als in het binnenland te vinden is. De Zilvermeeuw staat bekend als een alleseter. Ze zijn vaak te zien op stranden waar ze afkomen op restjes eten van mensen, waaronder brood en patat. De Zilvermeeuw broedt in kolonies, voornamelijk in duingebieden. Door de toenemende aanwezigheid van vossen in deze gebieden, nemen ze steeds vaker hun toevlucht tot daken van gebouwen in steden om daar te broeden. Het uiterlijk van de volwassen Zilvermeeuw is kenmerkend met een witte kop, staart en onderzijde en grijze vleugels en rug. De vleugelpunten zijn zwart met witte vlekken. Jonge Zilvermeeuwen zijn geheel grijsbruin van kleur en krijgen pas in de tweede winter hun grijze bovendelen. De Zilvermeeuw lijkt sterk op andere meeuwen, zoals de geelpootmeeuw en de Stormmeeuw. Het verschil zit hem voornamelijk in de roze poten van de Zilvermeeuw en de duidelijk gekartelde randen van de tertials, de binnenste armpennen van de vleugel.  In de omgeving van de Poldervaart een algemene verschijning.




 


Nachtegaal  Luscinia megarhynchos

De Nachtegaal is een kleine zangvogel die behoort tot de familie van de vliegenvangers. De kleur van de veren is over het algemeen bruinachtig met een beige onderkant. De vogel heeft een lange staart die roodbruin is. Wat de Nachtegaal echt bijzonder maakt, is zijn zang. Het lied van de Nachtegaal is melodisch en complex en varieert in toonhoogte en tempo. Het wordt vaak beschouwd als een van de mooiste vogelgeluiden ter wereld en wordt geassocieerd met romantiek en poëzie. Het lied van de Nachtegaal wordt vaak beschreven als een "symfonie van geluiden" en kan tot wel 100 verschillende tonen bevatten. Nachtegalen zijn voornamelijk solitaire vogels die leven in struikgewas, bosranden en dichte bossen. Ze zijn vaak actief tijdens de nacht en rusten overdag. De Nachtegaal voedt zich hoofdzakelijk met insecten, wormen en slakken. Het dieet van de vogel kan variëren afhankelijk van het seizoen en de beschikbaarheid van voedsel. De Nachtegaal is een trekvogel en komt voor in Europa, Noord-Afrika en Azië. De vogel trekt in de winter naar het zuiden om te ontsnappen aan de koude temperaturen en keert in de lente terug naar het noorden om te broeden. Nachtegalen broeden meestal in struikgewas of op de grond in dichte vegetatie. Het vrouwtje legt meestal 4-6 eieren per broedsel, die ze uitbroedt gedurende ongeveer 12-14 dagen. Na het uitkomen worden de jongen gevoed door beide ouders. Nachtegalen zijn zeldzaam in de omgeving van de Poldervaart. 


 


Stormmeeuw Larus canus

De Stormmeeuw is een middelgrote meeuwensoort. Ze hebben een witte kop, nek en borst en een grijze rug en vleugels met zwarte vlekken. De staart is ook grijs en de poten zijn roze. Stormmeeuwen zijn voornamelijk te vinden langs de kusten van Noord-Europa en worden vaak gezien tijdens stormachtig weer. Echter ook regelmatig in het binnenland te vinden zoals foeragerend langs de Poldervaart. Ze zijn opportunistische omnivoren en voeden zich met vis, schaaldieren, insecten, afval en soms ook kleinere vogels. Stormmeeuwen zijn bekend om hun agressieve gedrag tijdens het broedseizoen en kunnen agressief reageren op indringers in hun territorium. In de winter trekken Stormmeeuwen naar het zuiden, waar ze zich voeden met voornamelijk vis en schaaldieren in kustgebieden en estuaria. Ze zijn een veelvoorkomende verschijning op stranden, pieren en in havens en worden vaak gezien zwevend in de lucht of op zoek naar voedsel op het strand.